Het microbioom (ook wel de darmflora genoemd) speelt een rol van onschatbare waarde in onze gezondheid. Niet alleen voor onze darmfunctie, maar ook in het immuunsysteem, bij allergieën en zelfs ons psychisch welzijn wordt erdoor beïnvloed. Hierover raakt meer en meer bekend. Maar heb je er ooit bij stilgestaan dat ons microbioom al in de mond begint? Dat is één van de redenen waarom mondhygiëne van onschatbare waarde is!
Toen ik studeerde werd mij geleerd dat tandsteen vanaf een jaar of 8 een probleem begint te worden bij honden. Niets is minder waar! Aan tandheelkunde bij honden en katten werd indertijd nauwelijks aandacht geschonken. Gelukkig weten we inmiddels wel beter. 2/3 van de honden en katten boven de 2 jaar heeft in meer of mindere mate een parodontale aandoening en dit is daarmee verreweg de grootste groep aandoeningen in de dierenartspraktijk.
Gebitsproblemen
Tandsteen kennen we inmiddels wel. Dit begint met een laagje tandplak, en hierop ontstaan mineralisaties. Uiteindelijk kan dit dikke brokken tandsteen geven. Van hieruit raakt het tandvlees ontstoken en dit kan uitbreiden richting de wortels. De tanden en kiezen komen los te zitten, er kunnen abcessen in de kaak ontstaan en elementen kunnen uitvallen. Tanden kunnen ook beschadigd raken ten gevolge van trauma of overmatige slijtage. Rassen met korte snuiten hebben vaak te weinig plaats voor alle elementen. Maar ook bij andere rassen zien we weleens iets fout gaan tijdens het wisselen. Daarom is het van groot belang dat de pups rond 5-7 maanden nagekeken worden.
Symptomen
Een hond of kat zal altijd willen eten als hij honger heeft. Dus wanneer hij überhaupt geen interesse toont in de maaltijd, is er meer aan de hand dan alleen tandpijn. Symptomen die kunnen duiden op problemen in de mond:
- Tandsteen, aanslag op de tanden
- Rood/bloedend tandvlees
- Geur uit de mond
- Selectief eten, voorzichtiger eten, pijnuitingen bij eten
- Kwijlen (natte kin, voorpoten)
- Zwelling, asymmetrie in het aangezicht
- Onverzorgde vacht
- Uitvloei uit neus, mond, ogen
Gevolgen
- Pijn en ontstekingen in de mond of kaak
- Verminderde opname van voedsel, vermagering
- Verlies van tanden en kiezen
- Extra complicaties bij hartfalen, nierfalen, diabetes tgv rond circulerende bacteriën
Gebitsbehandeling door de dierenarts
Er zijn heel wat hondentrimmers die naast de vachtverzorging ook een (ultrasone) tandreiniging aanbieden. Helaas is dit niet de oplossing voor het probleem. Veel honden vinden dit niet fijn en laten nadien minder goed toe dat je iets in hun mond doet. Bovendien wordt er weliswaar tandsteen verwijderd, maar blijft er een ruw oppervlak over waarop in korte tijd (reeds na 16 uur!) nieuwe tandplak en daarna tandsteen wordt gevormd.
Bij de dierenarts wordt de patiënt onder algehele narcose gebracht en geïntubeerd (een buisje wordt in de luchtpijp gebracht); enerzijds omdat we met gasanesthesie werken en anderzijds om te voorkomen dat er viezigheid en water van de behandeling in de longen terecht komt (waardoor aspiratiepneumonie kan ontstaan). Dit geeft ons de gelegenheid om een grondig onderzoek van mond, keel en tanden uit te voeren. We kunnen veel preciezer werken, en na afloop worden de tanden en kiezen grondig gepolijst, waardoor nieuwe tandplak minder snel ontstaat. Ook kunnen we met behulp van speciale röntgenfoto’s de wortels en het kaakbeen evalueren, teneinde een nóg beter beeld van evt. problemen te krijgen.
Anesthesierisico
Het risico op complicaties of systemische infecties tgv gebitsproblemen is véél groter dan het risico op complicaties ten gevolge van de anesthesie. Het veelgehoorde argument “hij is te oud voor anesthesie” gaat dan ook zelden op. De kans op overlijden tijdens de anesthesie is voor een gezond dier 0,1-0,2%. Voor een ziek dier is dit 0,5-4,8%. Het is dan ook belangrijk om het niet zo ver te laten komen, en het gebit te laten behandelen voordat het dier klachten ervaart en ziek wordt door gebitsproblemen. Het kan zeker nuttig zijn om na de narcose een detox kuur te geven aan je dier.
Preventie
Voorkomen is beter dan genezen. Dit klinkt als een cliché maar het is echt zo. Daarom moeten puppy’s en kittens al vanaf het begin getraind worden in het poetsen van de tanden. Dagelijks poetsen reduceert de vorming van tandplak met 37%. Om de andere dag poetsen geeft een reductie van 20%. Met minder nemen we geen genoegen, dan is het eigenlijk zinloos. Kauwbotten, kauwspeeltjes, poedertjes en additieven aan het drinkwater kunnen bijdragen aan deze reductie, maar zijn minder effectief gebleken.
Bij puppy’s waarbij de melktandjes niet vanzelf uitvallen, dienen deze zo snel mogelijk getrokken te worden (bij voorkeur voor 8 maanden leeftijd). Anders blijven er voedselresten zitten, krijgen we tandplak en schade aan de blijvende tand. De worteltjes zijn fragiel dus begin er zeker niet zelf aan te prutsen, want dan kan de tand afbreken en de wortel blijven zitten.
Stappenplan tandenpoetsen
Hoe jonger pup en kitten getraind worden op het poetsen van de tanden, hoe gemakkelijker het gaat. Ga vooral niet overhaast te werk! Neem een maand de tijd om dit goed aan te leren. Zorg voor rust en voldoende beloning.
STAP 1
Voer een gebitsinspectie uit. In het begin doe je dit enkel van opzij. Gaat dit goed, dan kun je ook de snijtanden inspecteren.
STAP 2
Leer het dier wennen aan de tandpasta. Deze moet lekker zijn! Enzymatische tandpasta zorgt dat tandplak gemakkelijker los komt. Maak gebruik van een echte hondentandpasta, of iets wat speciaal voor honden wordt gemaakt. Mensentandpasta is niet geschikt! Heb je al ooit een hond zijn mond zien spoelen?! Laat de tandpasta in eerste instantie aflikken van de vinger. Later kun je de tandpasta op de tanden smeren, waar het dier het dan van af likt.
Zelf hondentandpasta maken: op de praktijk hebben we een poeder wat vermengd kan worden met kokosvet, hiermee mag gepoetst worden. Ook kun je tandpasta maken van een soeplepel kokosvet met een theelepel curcuma. Het belangrijkste is dat de hond de tandpasta lekker vindt!
STAP 3
Neem de tandenborstel erbij. Maak draaiende bewegingen over de tanden en het tandvlees. Til hierbij de lip voorzichtig op, niet de volledige mond openen. 80% van de tandplak zit aan de buitenzijde. Wanneer het ook lukt om de binnenzijde te poetsen, zien we dit als een bonus. Er zijn verschillende soorten tandenborstels voor honden. Vraag ernaar bij de dierenarts. Enkele kenmerken zijn: zachte haren, aangepaste grootte, één- of tweezijdig, vingertandenborstel.
STAP 4
Beloon de hond of kat. Bouw routine op! Doe dit elke dag opnieuw…
Voeding
Droge brokken waarop geknabbeld moet worden hebben een mechanisch reinigend effect, wat een voordeel is ten opzichte van bijvoorbeeld blikvoer. Helaas bevat dit vaak veel koolhydraten wat dan weer verzurend werkt en het tandglazuur aantast. Rauwe voeding (KVV) zorgt voor een gezonder mondmilieu waardoor de mondflora beter in balans is, wat dus eerder preventief werkt. Wanneer er rauwe eetbare botten aan het dieet toegevoegd worden (bijv kippen- of eendennekken) heeft dit direct een poetsend effect.
Passieve tandhygiëne
Speeltjes die geschikt zijn moeten altijd kunnen meebuigen. Te harde speeltjes kunnen tand- en kaakfracturen veroorzaken. Dit zelfde geldt voor hertengeweien, kalfshoefjes en heel wat andere kauwbeentjes. Onderzoeken spreken elkaar hierover wat tegen. Het belangrijkste hierbij is: ken je hond! Wat voor de ene hond werkt, werkt niet per definitie voor de andere hond. Er zijn diverse typen kauwsticks op de markt. Ook bestaan er toevoegingen voor in het drinkwater of poeders voor over de voeding. Dit kan echter nooit de dagelijkse tandenpoetsbeurt vervangen
